KUS (2)

Standaard

2018-03-10 19.04.54

Kamer 11, intensive care, kinderafdeling. In ‘Kus’ waakt Feysel Mansur aan het ziekbed van zijn 9-jarige zoon Nanne, die in coma ligt.

De geest van de zoon zweeft tussen leven en dood. Feysel zoekt contact met het stille lichaam. Hij troost. Verzorgt. Praat tegen de jongen alsof Nanne bij bewustzijn is. Hij herinnert zich het kind dat hij zelf ooit was en zijn relatie met zijn eigen vader. Hij vertelt over zijn vaderschap. Waarom hij ooit wegging bij zijn gezin. Zijn zoon in de steek liet.

In de ontmoeting met zijn zoon keert de vader zichzelf binnenstebuiten. Hij legt zichzelf bloot. Geeft rekenschap. In termen van de Franse filosoof Emmanuel Levinas: “Het is niet jij die de wereld een plaats geeft, maar het is de Ander, die jou aanspreekt, appelleert, jou een plaats geeft.”

Me inleven in een vader die het meest dierbare in de wereld, zijn kind, dreigt te verliezen, was voor mij het zwaarste onderdeel van het schrijfproces. Het was alsof ik mezelf iedere dag vrijwillig op de pijnbank legde. De fictie van ‘Kus’ helde over naar mijn eigen leven. Ik ben zelf een gescheiden vader van twee heerlijke zoons. Vaak keek ik naar ze en dacht: wat als jullie Nanne zouden zijn, en ik Feysel? Dan brak mijn hart en vond ik het bijna onmogelijk, te pijnlijk, om door te schrijven.

Luisteren naar I believe in you van Talk Talk was op dergelijke momenten de enige remedie. In het nummer zoekt zanger Mark Hollis contact met de geest van zijn jong overleden broer. De eerste twee regels laten over de aard van de tragedie geen misverstand bestaan:

Hear it in my spirit

I’ve seen heroin for myself

Hollis vraagt zichzelf af hoe het zo ver heeft kunnen komen. Of hij iets had kunnen doen om het drama te voorkomen. Wat zijn broer bezielde.

Is it worth so much when you taste it?

A time to sell yourself

A time for passing

Luisterend naar het nummer hoor ik ongeloof en woede, schuld en compassie. Het instrumentale middendeel klinkt als een vertwijfeld zoeken naar zin en betekenis van verlies en de leegte die achterblijft. In het refrein vindt een klein wonder plaats. De stem van Hollis, opgetild door de alchemie van koor, drum, bas en orgel, opent een onzichtbare deur. De geest van de overleden broer treedt binnen en wordt weggedragen in de armen van de muziek.

Spirit, how long?

De laatste klanken sterven weg. Ik zet de iPod op mijn schrijfkamer uit. Gesterkt pak ik pen en schrijfblok en face my fears en demons.

“Ik draalde in de deuropening. Je rechterhand bungelde onder de lakens vandaan. Een gewurgd diertje, door kwajongens opgeknoopt aan de tak van je arm.”

(uit: ‘Kus’)

In september verschijnt mijn debuutroman Kus. Voor het zover is, een serie blogposts over inspiratiebronnen. De muziek en poëzie, films en boeken that fuelled my imagination. Dit is de Umwelt van Kus.

Volgende keer: Maurice Blanchot.

http://www.vanoorschot.nl

http://www.julienignacio.com

KUS (1)

Standaard

In september verschijnt mijn debuutroman Kus. Voor het zover is, een serie blogposts over inspiratiebronnen. De muziek en poëzie, films en boeken that fuelled my imagination. Dit is de Umwelt van Kus.

2018-04-18 17.59.44

Vorig jaar zomer, Holland Festival. Locatie: een lelijke loods op een troosteloos industrieterrein in Amsterdam Noord. Voorstelling: Manifesto, een filminstallatie van de Duitse visuele kunstenaar Julian Rosefeldt.

In een halfduistere hal werden op dertien schermen dertien korte films tegelijkertijd afgespeeld. In alle films speelde de actrice Cate Blanchett de hoofdrol. Met verve kroop ze in de huid van een zwerver. Een tv-presentatrice. Een CEO op een vernissage. Een rock ’n roll junkie.

Iedere film was een bespiegeling op kunst en maatschappij. De monologen van Blanchett gebaseerd op manifesten van moderne kunstenaars en kunststromingen. In de 20ste eeuw blies een nieuwe generatie schrijvers en dichters, beeldend kunstenaars en filmmakers de oude waarden en normen omver – als de boze wolf de huisjes van de drie biggetjes – en verkondigde de revolutie.

In de ene film trok het Dadaïsme het standbeeld omver van het Realisme. In de andere rekende Popart af met high brow. Het Futurisme eiste de vernietiging van alles wat traditie was en verheerlijkte de toekomst van het machinetijdperk. Dogma 95 van Lars von Trier zwoer een eed van zuiverheid: filmen op locatie en hand-held camerawerk was de nieuwe wet.

Omdat de manifesten gepresenteerd werden in een alledaagse setting – een afvalfabriek,  een journaaluitzending, aan de eettafel van een gezin met jonge kinderen – kregen de soms honderd jaar oude teksten een verrassende, actuele urgentie. Bij een open graf, aan het hoofd van een stoet rouwenden, spuugde Blanchett in naam van de avant-garde op de burgerlijke esthetiek van het kapitalisme en loofde het irrationele en groteske van Dada:

Abolition of logic: Dada. Abolition of memory: Dada. Abolition of archeology: Dada. Abolition of the future: Dada. …Dada is still shit. But from now on… (Blanchett hapert, slikt haar emoties weg).. from now on we want to shit in different colours…And we warn you: it is us who are the murderers of all your little new born babies!”

Bij één film bleef ik het langer zitten. Herhaald in een loop zag ik hem drie keer achter elkaar. Blanchett speelde een alternatieve versie van juf Ank. Voordat haar klas aan het werk ging, instrueert juf Cate de kinderen. Ze wijst naar het schoolbord. ‘Nothing is original‘ staat erop, een citaat uit ‘Golden rules of filmmaking’ van de Amerikaanse cineast Jim Jarmusch.

‘So you can steal from anywhere that resonates with inspiration or fuels your imagination, ok?!’, houdt ze haar klas voor terwijl ze de opdrachtmappen uitdeelt. ‘Devour old films, new films, music, books, paintings, photographs, poems, dreams…

Ok!‘, antwoordt de klas braaf in koor.

And don’t bother concealing your thievery‘, waarschuwt juf Cate voordat de kinderen aan hun tekenopdracht beginnen. ‘Celebrate it if you feel like it. In any case, always remember what Jean-Luc Godard said: “it’s not where you take things from – it’s where you take them to.”’

Ik zat op de betonnen vloer voor het witte doek, omringd door andere bezoekers. Een brede glimlach verscheen op mijn gezicht. De les van juf Cate voelde als een bevrijding. Waarom? Omdat het antwoord gaf op vragen waar ik als schrijver al twintig jaar mee worstelde.

2017-12-25 16.06.49

Golden rules of filmmaking no.5 van Jim Jarmusch in de etalage van EYE Amsterdam.

Wanneer ik schrijf, put ik uit mijn verbeelding en mijn herinneringen. Herinneringen uit mijn jeugd en kindertijd; ervaringen gedeeld met geliefden; dagdromen; reizen; gesprekken opgevangen in het voorbijgaan; ontmoetingen met vrienden, familie, vreemden. Maar het lezen van een boek, het zien van een film of het luisteren naar muziek is voor mij net zo zeer een ontmoeting. Een dialoog die gevoelens en gedachten bij me oproept, die me inspireert, vormt, verandert, net zo zeer als de ontmoeting met een Ander dat kan doen.

Daarom, zolang ik schrijf, heb ik mijn leven als lezer, kijker en luisteraar een plek gegeven in mijn werk. Toch twijfelde ik vaak of ik wel het recht had dit te doen. Was het toelaten van echo’s uit het werk van andere kunstenaars in mijn eigen fictie niet een brevet van onvermogen? Een onmiskenbaar bewijs van gebrek aan originaliteit?

Tegen zessen nam ik de pont terug naar huis. It’s not where you take things from – it’s where you take them to. De woorden bleven hangen in mijn hoofd, als de meeuwen boven het water van het IJ. Thuis trok ik me terug in mijn schrijfkamer op zolder. De rest van de avond werkte ik verder aan Kus.

2017-08-12 20.07.02

In Kus waakt een vader ’s nachts aan het ziekbed van zijn zoontje, dat in coma ligt. Avond na avond praat hij tegen zijn kind, leest hem voor, masseert zijn doorgelegen huid.

Al schrijvende dacht ik aan juf Cate en a poem that fuells my imagination:

‘In de sofa las ik een gedicht van Octavio Paz. Maanlicht sneed mijn vingers in fotonen plakjes. De ongelijkzijdige driehoek van een schaduw schoof over de rechterpagina. Het kortste been bracht een scheiding aan tussen

Liefde, uurloos eiland

en

belegerd door de nacht.’

(Uit: Kus)

Volgende keer: I believe in you van Talk Talk.

http://www.vanoorschot.nl

http://www.julienignacio.com

Stille disco II

Standaard

Hofman stapte de doucheruimte in van de fitnessclub op de vierde verdieping. Hij draaide de mengkraan open, wierp zijn hoofd in zijn nek en sloot zijn ogen. Hete krachtstralen masseerden zijn bezwete schouders en rug. Zijn verzuurde bovenbeenspieren trokken een pijnlijk spoor tot diep onderin zijn kuiten. Via zijn billen en enkels verdween een linksom draaiende spiraal van zeepwater in de zwarte gaten van het afvoerputje.

De tweede helft van zijn hardloopparcours, van het park naar de bedrijfstoren, had hij geklokt in een nieuw persoonlijk record. Zodra de herinnering aan Irene op Syros, opgeroepen door de geur van tijm en lavendel uit de stadstuin, was weg gezakt, spreidde het Rufuspark zich voor hem uit als een kaal gevreten vlakte. Met robotachtige bewegingen haalde hij zijn mobiel uit de armhouder, startte de hardlooproute en begon te rennen. Iedere afzet van de bal van zijn voet een trap op een open zenuw. Een voetstap op dode grond zonder de hartslag van haar leven.

Voorover gebogen, handen vlak boven de knieën, buiten adem, klokte hij zijn eindtijd op de parkeerplaats van de Leibniztoren. Het fraaie geometrische patroon van de hardlooproute op zijn mobiele scherm – een gemankeerd trapezium – liet hem koud. De recordtijd interesseerde hem geen flikker.

In de marmeren vestibule wenste hij de vaste portier achter de personeelsbalie vol automatisch goedemorgen.

In de lift op weg naar de douches slaagde hij er met moeite in Irene terug te brengen tot een zwaartekrachtveld waarin hij niet tot moes werd geperst.

Bovenin zijn locker vond Hofman zijn nette spijkerbroek keurig opgevouwen terug. Eronder, aan een kleerhanger, hingen zijn witte blouse en gestoomde colbert, gestoomd en gewassen. Vanochtend vóór acht uur waren ze afgeleverd door een medewerker van de stomerij op de eerste verdieping. De gemaakte kosten werden aan het einde van iedere maand door zijn werkgever automatisch afgeschreven van zijn bruto loon. Bonussen niet meegerekend.

Hudson en Blokker, twee collega beurshandelaren van TCT investeringsbank, strikten hun das voor de spiegel aan de binnenkant van hun lockerkast. De haarscherpe snit van hun Engelse maatpak straalde precisie uit en betrouwbaarheid. Uit hun glad geschoren halzen steeg de gelaagde geur op van dure aftershave.

‘Ik stond gewoon perplex´, zei Hudson. ´Alsof ik met een lul op mijn bek werd geslagen.´

´Ging het om de volgorde of de financiële haalbaarheid?´

‘Wat maakt het uit. Het is sowieso een rampverhaal.’

Blokker kneep zachtjes in de strop om zijn nek.

‘En de Chinese grondstofmarkt?’, vroeg hij.

‘Ik verwacht drie miljoen coltanobligaties voor 71.5. En vijf miljoen IGR.’

Hofman haalde een deoroller over zijn oksels. De verwachting was dat de Europese effectenbeurs die ochtend zou openen met een negatief sentiment. Sommige zakenbank analisten waarschuwden dat de koersen zich in de ochtend mogelijk zouden gedragen als een op hol geslagen rodeostier. De vraag was nu hoe lang quants zoals hij, de wiskunde jongens die de prijzen van de financiële producten bepaalden en de risico’s afdekten, in het zadel konden blijven zitten.

Aan de binnenkant van de kastdeur hingen zijn stropdassen, zo’n vijftien stuks, gesorteerd op kleur, stof en patroon. Voor Hofman was een stropdas meer dan nekbekleding. Het was onderdeel van zijn beursuniform. Een symbool van zijn heilige geloof in de werking van het financiële markt. De manier van strikken openbaarde bovendien het karakter van de drager. Een losse, slordige knoop verraadde willekeur. Iemand die hield van de vrijblijvendheid van cirkels. Hijzelf was een liefhebber van rechthoeken, met een voor en achter, boven en beneden, links en rechts.

Hij koos een smalle, effen bordeaux stropdas van Italiaans zijde en vouwde zijn blousekraag omhoog. Het lange eind van de stropdas legde hij over het korte eind en knoopte een dubbele windsor. Rustig blijven was cruciaal nu. De software modellen hadden de koersverschuivingen allang zien aankomen, erop geanticipeerd. De parameters van het risicobeheer waren nog steeds correct. De algoritmen die de marktgegevens omzetten in koop- en verkooprichtlijnen voor de daghandelaren had hij recentelijk nog drie keer nagerekend. Vertrouwen op de risicoanalyse. Vraag en aanbod hun werk laten doen. Daar ging het om.

iphone foto's eind mei 2014 011

 

In de hal van de dealingroom van TCT Investeringsbank trok Hofman een blikje Red Bull uit de gekoelde frisdrankautomaat. Ongeduldig pulkte hij het lipje open. De chemische priksmaak bezorgde hem de energy boost waar hij naar verlangde.

Als een jonge generaal zijn slagveld overzag hij de werkvloer. Lange colonnes tl-buizen baadden de rechthoekige kantoorruimte in aangenaam klinisch licht. Op flatscreen beeldschermen, opgehangen aan de gestoffeerde zijmuren, versprongen koerscijfers van seconde tot seconde in blauw gearceerde balken. Twaalf werkeilanden, met elk zes bureaus opgesteld in de vorm van twee tegen elkaar geschoven halve cirkels, stonden paraat om strijd te leveren op de effectenbeurs. Op ieder bureau zes terminals, drie boven, drie onder. Het was achttien minuten voor negen. De meeste werkplekken waren nog onbezet. Het elektronische plafondbord in het centrum van de werkvloer gaf de belangrijkste beurssteden aan en hun lokale tijden. In New York was het bijna drie uur ’s nachts. De beurs in Singapore was nog twee uur open. Tokio sloot over ruim een uur.

Op het eerste werkeiland aan het einde van de hal roerden Krijgsma en Verhoef plastic staafjes door hun oploskoffie. Vanachter hun computerschermen namen de twee daghandelaren het orderboek door van de afgelopen nacht. Gladde beursjongens in snelle auto’s die geld verdienden als water. Ooit, voor de internetcrisis van 2001, was dat hun natte droom geweest. Nu waren ze een uitstervend diersoort. Mislukte Gordon Gekko’s. Vergrijsde types die nog steeds vertrouwde op zoiets vaags als hun marktinstinct in plaats van op de wiskundige accuratesse van rekenkundige modellen.

Even hield Hofman zijn pas in. Vanuit zijn ooghoeken volgde hij het verloop van de gele grafieklijn die het klantorder verkeer weergaf sinds de opening van de Sydney en Tokio beurs zondagnacht. Geen gekke dingen zo te zien.

Krijgsma, een kalende veertiger met haren op zijn brede vingers, keek op van zijn bureau. De opengeslagen maandag editie van de Financial Times, wapperend in de luchtstroom van de airco, werd op zijn plaats gehouden door een blauw flesje plat water.

‘Hofman’, vroeg Krijgsman op zuigende toon, ‘hoe is het met je vriendin?’

‘Die heeft hij niet meer’, vulde Verhoef aan voordat Hofman antwoord kon geven. ‘Hij heeft liever een model.’

De twee gierden het uit van het lachen.

Het was hun standaardgrap, de laatste tijd. Met opgestoken middelvinger liep hij door naar de afdeling kwantitatief analisten rechts achterin. Hij hing zijn colbert over de rugleuning van de hydraulische draaistoel, rechtte zijn stropdas en nam plaats achter zijn Bloomberg terminal. In zijn flanken werd hij gedekt door Phelps en Hari, jonge expats gepromoveerd in de econometrie die hun sporen in het bedrijf nog moesten verdienen.

Hij logde in op de terminal. Grafieken, tabellen en snel verspringende koersnotaties verschenen op de monitors voor hem. Volgens de BBC website op het rechter bovenscherm waren de spanningen aan de Israelisch-Libanese grens vannacht flink opgelopen. Routinematig inspecteerde hij het verloop van de Aziatische beurs en het nieuws van overheidsinstanties waar beleggers op reageerden. Had de Europese Centrale Bank de verwachte renteverlaging afgekondigd? Waren de Amerikaanse werkeloosheidscijfers van dit kwartaal al bekend gemaakt?

Om hem heen druppelden portfolio managers, handelaren in lange termijn beleggingen en valuta experts de handelsvloer op. Even voor negenen nam iedereen zijn posities in. Sommige collega’s gebruikten skippyballen als stoel. Hofman vouwde zijn handen naar binnen en knakte zijn vingers. Verliezen was vandaag geen optie.

iphone foto's eind mei 2014 013

Ikterview: For your eyes only

Standaard

 

Suite Amstel Hotel.

Ignacio stapt uit jacuzzi, trekt zijden kamerjas aan en gaat op waterbed liggen.

Hij belt roomservice voor champagne en kaviaar, opent laptop en begint te tikken.

Klop op de deur.

IGNACIO: Fuck. Dat is snel. Het lijkt Overtoom wel…Binnen!

(Deur vliegt open. Ongelooflijk Lekker Jong Ding (OLJD) met microfoon en cameraman bij zich stormt de kamer binnen)

OLJD: O Jezus, hij is het echt! Julien, mag ik je een paar héle persoonlijke vragen stellen?

IGNACIO: (koeltjes, alsof hij dagelijks hordes journalisten achter zich aan heeft lopen) No fucking way.

OLJD: Doe niet zo kapot faya.

IGNACIO: Bel mijn agent. Opzouten met die camera.

OLJD: Maar ik ben je allergrootste fan. Echt. (hysterisch) Die blogs van jou zijn zo kapot gruwelijk vet!

IGNACIO (milder): Je ziet toch dat ik druk bezig ben? Jezus.

OLJD: Je hebt al genoeg geblogd dit jaar, schat. Kan dat niet ff wachten?

IGNACIO: Nou moet je eens heel goed naar me luisteren, lekker ding.

OLJD: Toe nou. Ken je Cocktails en lulverhalen?

IGNACIO (veert op). Maar die shit is echt mega populair!

OLJD: That’s right baby! Who to watch in 2015. Daar doen we een item over. En jij bent zó trending, dus…

IGNACIO (gaat rechtop zitten, doet zijn haar goed, lacht breeduit naar de camera): Wat wil je van me weten, pop?

OLJD (gilt): Super! Hij doet het! (gaat naast Ignacio op bed liggen, knabbelt zachtjes aan zijn oor). Pas maar op, ik vraag de kleren van je lijf hoor.

IGNACIO (grijnst een gouden tand bloot): Dit gaat mijn vrouw niet leuk vinden.

OLJD (bitchy) Nou en?

Roomservice verschijnt in deuropening.

IGNACIO: Zet maar neer. (tipt opzichtig voor de camera).

Roomservice gaat kamer uit.

Ignacio schenkt champagne in, brengt toost uit voor de camera.

IGNACIO: Shoot!

OLJD: Oké, tiger. Vraag 1 (cameraman houdt bordje met vragen hoog): Je megahit blog “Windowlicker” is een eerbetoon aan je homies en het super rauwe straatleven uit je jeugd. Kun je nog iets meer vertellen over je keiharde achtergrond?

IGNACIO: Zeker. Ken je mijn vader? Mohammed Ignacio? Dan weet je genoeg. Hij was wereldbokskampioen in de supergewicht klasse in 1966 na de bloedstollende finale tegen Sugar Ray Ali in de sporthal van Rio Bravo. Met een upper cut sloeg hij Ali knock-out in de laatste ronde. Check you tube. Ga je filmpje vinden.

OLJD: Zo stoer.

IGNACIO. Precies. En mijn opa, generaal Elias Ignacio, is de kortst zittende dictator aller tijden: nadat hij welgeteld 23 seconden de scepter zwaaide over de bananenrepubliek Sakaboemi werd hij door zijn lijfwacht Roy Z. van dichtbij door zijn hoofd geschoten, waarna die gast er in een speedboot vandoor ging met de lege staatskas. Check Guiness Book of Records. Daar ga je ’t zien.

CAMERAMAN: Wat een gelul zeg.

OLJD: Shut up, Stijn. Dat jij al jaren hopeloos verliefd op me bent en me no way kunt krijgen, daar kan hij niks aan doen. (tegen Ignacio) Let maar niet op hem. Vraag 2 schat. “Je kunt een hoop zeggen over een slaaf maar één ding heeft-ie wel: werk” is een super ontroerend portret over de relatie met je afwezige vader. Hoe is de band eigenlijk met je moeder?

IGNACIO: Beter dan ooit. En dan te bedenken dat ik haar in de Paasvakantie nog een bloedneus sloeg.

OLJD: O my God!

IGNACIO: Ja, zij begon. Mijn Mommy is een schat, weet je. Maar de dingen moeten altijd precies gaan zoals zij dat wil. Netjes. Geen gekke dingen. En ik snuif, slik, roll with my bitches, you know, da works. Dat matcht niet. Dus heb ik afstand genomen. Ff helemaal geen contact. Mommy had ’t daar vreselijk moeilijk mee. Maar ze heeft ’t geaccepteerd. Daar heb ik diep respect voor (pinkt een traan weg). En weet je? Niet zij, maar ik moet veranderen. Daar ben ik achter gekomen. Dit jaar, finally, I became a real man. (maakt vredesteken naar de camera) Peace Mommy.

CAMERAMAN: Godallemachtig, daar komt-ie nu mee? Hoe oud ben je nou? Watje.

OLJD: Zip it! Ik vind het zo mooi Julien, zo eerlijk van je dat je dit allemaal deelt met mij. Met je publiek. Dat ontroert me ook in je blogs. Dat je je zo kwetsbaar durft op te stellen. Kom maar hier, denk ik dan. Kom maar in mijn armen.

CAMERAMAN (steekt vinger in zijn keel).

OLJD Over de liefde gesproken: In “Ex” blog je over een vrouw die je hart gebroken heeft. “Ooit zette ze je in vuur en vlam. Toen liet ze je alleen af fikken.” Wie is die doos die zo stom was jou te laten gaan?

IGNACIO: Ik noem geen namen, zo ben ik niet. Ik behandel vrouwen met respect.

CAMERAMAN schampert.

IGNACIO werpt hem dodelijke blik toe. De CAMERAMAN bindt in.

IGNACIO (tegen OLJD) : Weet je pop, soms is het leven een mes. Die ex van mij was zo’n mes. Ik ben er recht in gelopen. Met hart en ziel. Drie maanden waren we close. Zij heeft de stekker eruit getrokken, waarom moet je aan haar vragen. Het heeft me twee jaar gekost om over die vrouw heen te komen. Laatst is ze getrouwd. Op Facebook zag ik een bruiloftsfoto van haar voorbij komen. Ze zag er zo mooi uit, zo gelukkig. Mijn hart bloedde. Nog steeds. Echte liefde, al komt het van één kant, is irrationeel, onredelijk, grenzeloos. Dat is wat ik mijn relatie met haar, hoe kort ook, geleerd heb: ik neem nooit meer met minder genoegen. Echte liefde is natuurgeweld. Een supernova die alles BAM op z’n kop zet.

CAMERAMAN: Een beetje de boel achteraf goedpraten met die new age karma tantra shit. Ze heeft je gewoon gedumpt, gast.

Ignacio valt cameraman aan en vloert hem met een low kick en een linkse hoek.

OLJD (gilt) O Julien, ik wist dat je het in je had! Je bent mijn Johnny Depp, mijn Sean Penn. mijn Badr. Geloof me, als we dit uitzenden, heb je binnen 24 uur honderdduizend likes erbij op je Facebook pagina. Zo stoer van je. Alles voor je schatje.

Ignacio (knipoogt naar de camera): Kapow! Zo vader zo zoon.

OLJD (vleit zich dichter tegen Ignacio aan, schopt haar hakken uit) Vergeet je ex. Je bent zo…mannelijk. (neemt een schepje kaviaar, voert Ignacio).

IGNACIO: Mmm.

OLJD: Je grijze haren. Daar kick ik op.

IGNACIO: (korte stilte) Daar raak je me wel op een gevoelig punt, pop. Ouder worden is echt een ding voor me.

OLJD: Dat kan ik me voorstellen. Op de foto ziet je er veel jonger uit.

IGNACIO: Ja joh, wrijf het er lekker in. (slikt ) Heb je Boyhood gezien? Die laatste scene…als die jongen naar college gaat. Hij ontmoet zijn room mate. Die heeft een vriendinnetje. Met een vriendin van dat vriendinnetje gaan ze met z’n vieren de stad uit. Ze wandelen door een Grand Canyon-achtig landschap. Het is namiddag, het gouden uur. Het zonlicht is glashelder. De schaduwen van de rotsen messcherp. Tijdens die wandeling hebben die jongen en dat meisje hun eerste echte gesprek met elkaar. Over wat ze gaan studeren, wat ze willen worden later, dat soort dingen. Ze gaan zitten op een rots bij een meer. Je ziet de eerste spark van iets. Liefde, vriendschap, een verbintenis in ieder geval. Maar ze zijn allebei nogal verlegen. Ze kijken elkaar niet aan maar staren om zich heen. Naar het landschap. Naar de roommate en zijn vriendinnetje aan de oever van het meer. En dan…fade out. Twee jonge mensen. Hun hele leven dat nog voor hen ligt. An empty canvas ready tot be painted. En ik dacht: fuck! Zo herkenbaar. Maar ook zo lang geleden.

OLJD: Wat maakt het uit? Je bent nu helemaal de bom. Deze suite… Rihanna heeft hier geslapen. Duh!

IGNACIO: (schuchter) : Ik zit hier echt niet omdat ik zo succesvol ben.

OLJD: Waarom dan wel?

Ignacio: Omdat die band Kane niet meer bestaat. Als ik Dinand Woesthof Rain down on me hoorde zingen, kreeg ik altijd spontaan kanker. Dat vond ik wel een feestje waard.

OLJD: Ik geloof er niks van. (knoopt haar blousje los, fluistert in zijn oor) Ik wil met je naar bed. Je staat al een tijdje op mijn lijstje.

Deur vliegt open. De vrouw van Ignacio, Anita, verschijnt. Ze is zwaar opgemaakt, draagt een megastrak jurkje met panterprint en cowboylaarzen.

2015-01-01 22.05.52

ANITA: (trekt een wenkbrauw omhoog): Veldonderzoek voor je blogje?

IGNACIO: Zoiets. (knoopt blouse OLJD weer dicht en zegt tegen haar) Mijn vrouw en ik zoeken nog een oppas. Heb jij misschien interesse?

OLJD (gezicht verstrakt) Wat?

IGNACIO: Ze is zwanger. We kijken alvast een beetje rond.

OLJD: Sorry. Ik wist niet…(druipt af, cameraman kruipt kreunend achter haar aan) Dat item kun je shaken, loser!

Deur met klap dicht.

Lichten dimmen.

Ignacio pakt afstandsbediening en zet stereo aan. For your eyes only, Sheena Easton.

Ignacio en Anita schuifelen.

ANITA: Leugenaar. Wil je soms kinderen?

IGNACIO: Schatje. Weet je wat je van mij kunt krijgen?

ANITA: (legt haar hand op zijn kruis) Je bent zo hard als een Eiffeltoren.

IGNACIO: Daar wilde ik je nou net mee naar toe nemen morgen.

ANITA : Echt?

IGNACIO: Thalys, Van der Valk, gratis ontbijtje, da whole shabam.

ANITA  O lief. (plotseling streng) Wie was die bimbo daarnet?

IGNACIO: Dat Ontzettend Lekkere Jonge Ding? (zucht) Helemaal niemand.

ANITA: Denk aan je goeie voornemens hè…

IGNACIO: Nergens een slaaf van zijn, ook niet van mijn hormonen?

ANITA: Precies.

IGNACIO: Waar haal je al die wijsheid toch vandaan?

ANITA: Tegeltjes. 3,95 bij de Xenos.

IGNACIO: O baby…

ANITA: Kus me.

Anita en Ignacio rukken elkaar de kleren van het lijf.

Fade out

HAPPY ENDING

 

 

Comfort zone

Standaard

 

PAN AMSTERDAM. De jaarlijkse kunst, antiek en design beurs in de Rai. Dit jaar bezocht ik ‘m voor het eerst. Ik moest een drempel over, en niet zo’n kleintje ook. Als links georiënteerde ex-student/schrijver/intellectueel met twee master titels op zak koesterde ik een schaamteloos elitaire afkeer van massabeleving, burgervermaak en de kitscherige wansmaak van de nouveau riche. Alles wat ook maar in de buurt kwam van een beurs/braderie/jaarmarkt vermeed ik als een schurftige hond. Carrière en vastgoedmarkt. Vakantie, kunst en autobeurzen. Kamasutra en HISWA. Ik wilde er nog niet dood gevonden worden. Met de Huishoudbeurs als absoluut dieptepunt en verpersoonlijking van de hel op aarde.

Maar wat schetste mijn verbazing toen ik onder het motto Ken uw vrienden, maar uw vijanden beter met gezonde weerzin op een zondagmiddag een kijkje besloot te nemen in de keuken van de duivel.

Ja, bij ingang F van het Rai paviljoen, ingeklemd tussen de lange stroom nieuw geld bezoekers met hun bakfietskinderen (die op schoot bij Sinterklaas de Goedheiligman met een bekakt Kinderen-voor-Kinderen-stemmetje vragen: Sinterklaas, bent u nou gewoon zo rijk als mijn papa of wordt u gesponsord?), voelde ik me een verdwaalde Feyenoorder die in de Arena per ongeluk in het F-Side vak belandt.

Ja, ik betrad een über blank bolwerk waar de well-to-do – oud bankdirecteuren en top notch advocaten, Gooise vrouwen en abonnementhouders-voor-het-leven van het Concertgebouworkest – zich verlustigden aan peperduur ingegraveerd antiek glaswerk, handgemaakte Engelse hangklokken en kitscherige landschapsschilderijtjes voor in hun Bloemendaalse villa of 17e eeuwse familiegrachtenpand, in de loop der eeuwen bij elkaar verdiend door slavenhandel, VOC mentaliteit en gesjoemel op de beurs.

Maar een gesoigneerde heer op leeftijd (in antraciet grijs maatpak, geschoren en geknipt, ruikend naar de betere eau de toilette, Paisley oker sjaal om de hals geknoopt) bood me bij de ingang zijn toegangskaartje aan tegen zwaar gereduceerde prijs, en wees me allervriendelijkste de weg naar de garderobe. Ondanks de zondagse drukte en het gedrang bij de meer dan 100 galerie stands was de ene bezoeker nog voorkomender dan de ander. Galeriehouders namen zonder uitzondering uitgebreid de tijd mijn vragen enthousiast en vakkundig te beantwoorden, al kon een kind zien dat de eind 19e eeuwse aquarel Aan het middagmaal in het Burgerweeshuis te Amsterdam van Nicolaas van der Waay en de facsimile van een Francis Bacon schilderij à 17.000 euro lichtjaren buiten mijn budget vielen. En in het comfortabele restauratiegedeelte paste de fruitige afdronk van de sauvigon blanc perfect bij de heerlijke quiche Lorraine, vers uit de bio oven.

Daarom een impressie van PAN Amsterdam 2014 in vier beelden. Leve de beurs. Leve onze stinkend rijke medemens. Leve de wereld buiten de eigen comfort zone.

iphone fotos PAN nov 2014 091

1) Ronald Dupont, “City Center II”. Erg Richter-esk, deze optische illusie (is het een geschilderde foto of een gefotoshopt schilderij?). Aandachtstrekker op de beurs. Met een bezoekster naast mij discussieerde ik over de vraag of de (nageschilderde) foto genomen was in de Londense City of in New York. Vanwege het brede trottoir, het on-Engelse terrasje op de voorgrond en de afwezigheid van rode dubbeldeksbussen gokten we op Big Apple. Parijs kwam ook nog even voorbij, maar op het wegdek voor de rechterbus, voor het zebrapad, staat “only” onder de pijl geverfd. Any other suggestions?

iphone fotos PAN nov 2014 108

2) I love my origami. Stilleven op de gastentafel in de galerie stand “Oranda Jin” van Jon & Senne de Jong. Een oase van rust te midden van de beursdrukte. Fraaie collectie van Japanse gebruiksvoorwerpen (thee kommen, Kyoto porselein) en natuurschilderingen op geschept papier en zijde. Duizend kraanvogels vouwen voor geluk wanneer iemand trouwt, is een oude Japanse gewoonte. Deze is voor jou, LL (you know who you are). Van Cool J.

iphone fotos PAN nov 2014 087

Een detail van “Olofskapel aan de Zeedijk” van Cornelis Springer  (1817-1891). Mannen en paard staan volgens het begeleidende naambordje voor café/herberg ‘In ’t Aepjen’. Volgens sommigen hebben we de oud Nederlandse uitdrukking “in de aap gelogeerd zijn” (moderne versie: you are fucked) te danken aan dit Amsterdamse café op de Zeedijk. In ”t Aepjen’ kwamen regelmatig dieven en misdadigers over de vloer. Dus als een gast werd beroofd of anderszins onjuist bejegend, was het al gauw van “O, jij hebt zeker in de Aap gelogeerd’. De rest is geschiedenis. Zou je zeggen. Ware het niet dat café ‘Het Aapje’ aan de Zeedijk volgens de website van het Genootschap Onze Taal pas in de jaren tachtig geopend werd, en de uitdrukking veel ouder is. In de stadsarchieven staat bovendien niet vermeld dat het pand vroeger ooit een herberg zou zijn geweest. Dus toch een broodje aap?

iphone fotos PAN nov 2014 109

Ik heb wel eens horen zeggen dat het kapitalistische systeem waarin wij leven een monster is, juist omdat het gruwelijk goed is in het geraffineerd absorberen van alle kritische tegengeluiden (Occupy, underground, avant-garde). Voorbeeld 1: Naomi Klein (je weet wel, van de antiglobalisten bijbel No logo en, meer recentelijk, van het climate change boek This changes everything (“verander nu voordat het klimaat alles verandert”)) mag aanschuiven bij een belangrijk CEO overleg over de reductie van CO2 uitstoot, maar naar haar luisteren ho maar. Voorbeeld 2: punk, new wave en metal zijn van origine anti-establishment muziek/lifestyle stromingen. Als je nu de H & M binnenloopt is een zwart-grijze new wave outfit, een bijbehorend punkkapsel en een bijpassend Metallica of Motorhead shirt helemaal de bom. Het liefst met een vol getatoeëerde arm en tribal oorbel erbij. Want ook al loop je uit eigen vrije wil mee met de hippe massa, ergens in de verte ben je ook die vrijgevochten zeeman, die oer Maori en potentieel gevaarlijke jongen van de straat die overal schijt aan heeft.

Zeggen dat je tegen het systeem bent, is jezelf erdoor laten definiëren. Vlak bij uitgang van PAN hing bovenstaand logo. SHOP YOUR PAIN AWAY. In gesprek met twee passerende dames werden we het er niet over eens. Is dit een cynische, Occupy-achtige protestleus tegen de decadentie van de markteconomie? Of het zalvende doktersrecept verstrekt aan hysterische huisvrouwen bij de ingang van de Bijenkorf tijdens de hoogmis van het kapitalisme, de Drie Dwaze dagen?

Jij mag het zeggen.

Chatilat road

Standaard

 

Verdomme! Voordat we hier weg zijn, gaat wel even duren. Moet je kijken hoe vast het verkeer zit, drie rijen dik, al die concertgangers op weg naar huis. Wel zo toepasselijk trouwens dat Estrella juist hier optrad vanavond, middenin het oude centrum. Tijdens de burgeroorlog was dit plein een niemandsland tussen Oost en West. Zo’n beetje de enige plek in de stad die niet door een of andere militie was opgeëist. Neutraal terrein.

Kan ik je nog ergens naar toe brengen in de stad voor een drankje? Of wil je naar huis? Je vrouw wordt ongeduldig, zeg je. Dat is precies de reden waarom ik geen vriendin wil. Dat gezeur aan je kop. Wat is je adres? Chatilat Road 207? Grappig. Vorige week stapte een kerel in mijn taxi. Oudere man. Kaal, een beetje dikkig. Huidvlekken op zijn handen. Gemanicuurde nagels. Parlementslid geloof ik, iets met sociale zaken, een hele hotemetoot in ieder geval. Als ik me goed herinner reed ik hem naar hetzelfde adres, kan dat kloppen? Wat? Dat is een oom van je? Nou je het zegt…De vorm van je gezicht. Je ogen. Jullie hebben iets van elkaar weg.

Maar hoe was het concert? Zeg me niet dat ze Zahrat al Mada’in, Bloem der Steden, heeft gezongen. Wanneer ze zingt “iedere dag zijn mijn ogen naar jou onderweg” dan kun je me wegdragen. Wat zeg je? Ze zong het nummer tot twee maal toe als toegift? Shit. Geen wonder. In de oorlog hoorde je dat nummer de hele tijd op de radio. Tijdens de gevechtspauzes op de militaire post luisterden we ernaar. Als de geur van jasmijn in de ochtend, zo is haar stem. Zijde en vlam ineen. Door Estrella waren we tussen de granaten door in staat lief te hebben.

En nu? Ik kijk om me heen. Naar de opgeruimde ruïnes. De opgeknapte boulevard. Ik weet dat ik het mooi zou moeten vinden allemaal. Dat er nog zo veel is in deze stad om voor te leven. Het gouden uur, vlak voordat de zon ondergaat, dan is Calamanche op zijn mooist. Verliefde stelletjes liggen als lome katten te soezen op de kustmuur langs Itabo Beach. Bloedrode hibiscusbloemen, volgezogen met zonlicht, hangen als carnavalsslingers over de tuinmuren van de gerestaureerde Ottomaanse huizen.

chatilat road foto

(foto: Michel Ackaert)

Maar ik had het er nog over met je oom, toen we in gesprek raakten over politiek: in mijn buurt leef je niet, je overleeft. Iedere dag tast de smerigheid in onze straten een stuk van onze waardigheid aan. Ik liet hem een plattegrond van de stad zien en wees hem de plek aan op de kaart waar ik woon: het staat er niet eens op. Onze straten hebben geen asfalt en geen naam. Lachen dus, zei ik tegen je oom, als je een pizza wilt bestellen en aan de bezorger uitlegt waar hij de bestelling moet afleveren. Voorbij de opgebroken rotonde doorrijden tot aan de vuilnisbelt, zeg je dan. En zodra je het basketbalveldje met de ingestorte tribunes gepasseerd bent, ga je links. Bij de flat tegenover de uitgebrande bestelbus loop je naar binnen door een gat in de muur. De trap op, negen hoog, tweede deur links en je bent er. Dus niet die met de groene vlag van de Berri militie maar die andere, kan niet missen. O ja, nog één ding: als je buiten geweerschoten hoort, raak dan niet in paniek. Het betekent alleen maar dat de speech van de Amal Militie voorbij is.

En toch…ook al leven we in en openlucht gevangenis waar de stank van het open riool doorheen waait, iedere gast ontvangen we met open armen. Jij en je oom zijn van harte welkom een keer bij ons te komen eten. Misschien kunnen we het dan hebben over het uitreisvisum dat ik al jaren probeer te regelen. Je zult verbaasd staan hoe smaakvol mijn tante onze kleine woning boven de garage heeft ingericht. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat het huis nog niet helemaal klaar is. Het mortiergat in de gevel moet nog gemaakt worden. Maar dat heeft ook wel weer zijn charme. Vanaf de straat kun je ons in de open keuken op jullie zien zitten wachten.        

Ik zal kijken, zeg je. Doe geen moeite. Als je tien jaar lang iedere dag veertig man op je achterbank hebt zitten, dan word je daar bedreven in, in het lezen van mensen. De toon van je stem is net iets te hoog om oprecht te zijn. Je praat om te praten, maar je meent niet wat je zegt. Misschien wil je beleefd zijn, mijn uitnodiging niet direct afwijzen. Maar ik weet wat je denkt. Je wilt je oom niet lastig vallen met mijn problemen. Hij heeft het al druk genoeg in het parlement met andere zaken die ongetwijfeld prioriteit hebben. Bovendien ben je hier op vakantie met je vrouw, toch? Er zijn nog zo veel dingen die je haar wilt laten zien, niet waar? De musea, de oude tempels, het koraalrif?

Ah, moet je toch horen, Sabah wu masa, Ochtend en avond. Met haar stem als mast bevoeren we de zee van hoop. En dan, op een dag, word je plotseling wakker als soldaat zonder wapens. Ik heb mensen gedood tijdens de oorlog, ik geef het grif toe. Hoeveel precies weet ik niet. Of ik schuldgevoelens heb, vragen mensen me soms. Niet echt. Iedereen in die tijd was de fase van het vuistgevecht allang voorbij. Alleen vraag ik me soms af of mensen het aan me kunnen zien, wat ik gedaan heb. Aan mijn ogen, mijn handen. Zie jij het?

Halloween part III

Standaard

 

Over het slagveld in Aleppo

draaft in de schemering

een Magere Soldaat te paard

 

Vanaf de Citadel

op de heuvel in de Oude Stad

kijkt hij voldaan uit

over de beenderen van de gebrokenen

die naar de hemel worden gedragen

 

Helikopters laten vaatbommen vallen

op de binnenplaats van de Khan al-Jumruk

waar het laatste groepje opstandelingen van het Islamitische Front

gezoete muntthee drinkt

en zuigt aan een nargileh pijp

 

Kniel neer voor mij, krijgers

roept de Magere Soldaat uit over de ruïnes achter de soek

en over de kapot geschoten Moskee

een spookhuis nu

in bezit genomen

door geesten van scherpschutters

 

Niet aan de kalasjnikov of de granaat

Niet aan het regeringsleger of de rebellen

Niet aan de soennieten of de alevieten

Niet aan de Koerden of de Turkse christenen

Niet aan de Islamitische Staat, de Russen of het Witte Huis

Maar aan Mij is de overwinning

 

Spoedig zullen al jullie namen

vergeten zijn onder de mensen

Waarvoor jullie streden?

Niemand die het zich nog zal herinneren

 

Maar ieder jaar

op deze nacht

zal ik dansen op het plein voor de Citadel

op de driekwartsmaat van de Dodenwals

 

Aan de andere kant van de wereld

op de afterparty van een Halloween feest

maakt een horrorclown

een dronken grap

tegen een doorgesnoven zombie

 

Het is rood, zit in een hoek en wordt steeds kleiner.

?

Een baby met een kaasschaaf.

 

 

Met dank aan: De veldmaarschalk uit Liederen en dansen van de dood, tekst Arseni Koetoezov