KUS (7)

Standaard

2017-09-22 12.00.11-1

Jazz of elektro. Pop of klassiek. Volksmuziek of death metal. De soundtrack van ons leven trekt zich niets aan van genres.

Muziek en herinnering voeren soms een lichtvoetige dans met elkaar uit, soms een danse macabre. In de documentaire Crazy van Heddy Honigmann herinneren Nederlandse VN-militairen zich hun oorlogsmissies aan de hand van de muziek waar ze naar luisterden op hun observatieposten. Voor één militair is de burgeroorlog in Libanon onlosmakelijk verbonden met het liefdeslied Always on my mind van Elvis Presley. Een vrouwelijke blauwhelm kan niet luisteren naar het Stabat Mater van Pergolesi, 18e eeuwse religieuze muziek voor sopraan, contratenor en strijkers, zonder terug te denken aan de kinderen in Cambodja die door hun wanhopige ouders voor 5 dollar te koop werden aangeboden bij het hek van de compound.

De schoonheid van een melodie en de waanzin van oorlog; in ons geheugen gaan ze prima hand in hand. In ‘Kus’ brengt de vader van de verteller, een ex-militair met PTST, uren door in de zitkuil in de woonkamer, voor zich uit starend met een koptelefoon op.

Uit de koptelefoon sijpelden gedempte klanken. Aanzwel­lende violen. Een lyrische heldentenor. Ik wist waar hij naar luisterde: ‘Nessun dorma’, een aria van Puccini. ‘Laat ’m maar,’ zei mijn moeder altijd vergoelijkend wanneer mijn vader in vol ornaat in de zitkuil zat, weg­dromend bij zijn operamuziek. ‘Dat nummer draaide hij altijd op zijn observatiepost, tussen de patrouilles door.’” (uit: Kus)

Mijn jonge jeugdjaren speelden zich af in de jaren ’70. De rauwe engelenstem van Stevie Nicks belichaamt voor mij die periode. Ik moet een jaar of negen zijn geweest toen ik Sara van Fleetwood Mac voor het eerst hoorde op de radio. Nog steeds, zodra ik het nummer hoor, ruik ik de perzikenboom in de achtertuin van mijn ouderlijk huis. Voel ik de vlinders in mijn buik als ik in de pauze op het schoolplein in de blauwe ogen durfde te kijken van Sofie Speelman.

Wat ik toen niet wist, was dat Sara geschreven is ter nagedachtenis van een ongeboren kind. In een interview uit 2014 met Billboard vertelt Stevie Nicks dat ze ooit een affaire had met Don Henley van de EaglesZe werd zwanger van hem, maar besloot het kind niet te houden. “Had I married Don”, zegt Nick in het interview, “and had that baby and had she been a girl, I would have called her Sara.” Ik las deze onthulling tijdens het schrijven van Kus, een verhaal over de onmogelijkheid van een ouder zijn kind te beschermen tegen het leven. Het gaf Sara een nieuwe betekenis die aansloot bij de geest van mijn verhaal.

“Uit de boxen naast de hoedenplank klonk ‘Sara’ van Fleedwood Mac. Drowning in the sea of love where everyo­ne would love to drown.” (uit: Kus)

Fast forward naar 1992. Ik woonde alleen in een antikraakpand aan de Admiraal de Ruyterweg. Als bleue student uit de provincie probeerde ik in Amsterdam mijn mojo te vinden. Ik had geen tv, wel een goedkope stereo-installatie. Tussen de colleges door luisterde ik veel naar de radio, meestal klassiek, of naar de tweedehands lp’s die ik kocht op het Waterlooplein, gruizige opnames van de Derde van Beethoven, Water Music van Händel, het vioolconcert van Sibelius. 

Op een woensdagmiddag kondigde de klassieke radiozender een Shostakovitsj marathon aan. Alle vijftien strijkkwartetten, iedere week één, telkens uitgezonden op dezelfde tijd. Het melancholische klankpalet van de kamermuziek raakte een diepe snaar. De woensdagmiddag voor de radio werd een tijdlang het hoogtepunt van mijn week. Ik hoorde hartverscheurende composities die dansten in hun ketenen. Op schrijnende largo’s volgden woeste polka’s. Ik herinner me dat ik tijdens het allegro non troppo van het derde strijkkwartet wilde door de kamer sprong, headbangend en zwetend van uitzinnig genot.

Ik heb de muziek voor je meegenomen op mijn tele­foon. Luister naar deze passage van Sjostakovitsj. In de schurende glissandi van de violen hoorde ik de terreur van leegte die in mij huishield. En dit pianostuk van De­bussy: in de ijle, langs elkaar heen schuivende harmonie­ën zonder schijnbaar doel of richting, herkende ik het fletse schijnsel van mijn leven in een wereld die schrijnde en rafelde aan de randen.”  (uit: Kus)

Het ging in die tijd niet goed met mij. Ik zat slecht in mijn vel. Blowde veel. Speelde met suïcidale gedachten. Op een studentenfeestje kreeg ik een paniekaanval. De stemmen, de gezichten, ze vlogen me naar de keel. Ik vluchtte het café uit. Als een bezetene fietste ik naar huis, op de hielen gezeten door mijn eigen gedachten.

Thuis trok ik de rood velours gordijnen dicht. Ik nam een lange, hete douche, stak de stompkaarsen aan op de schouw en koos een lp uit die ik nog niet had beluisterd. Ik had geen idee waarom ik de plaat op het Waterlooplein had gekocht, misschien vanwege de fraaie potloodschets van de componist op de voorkant van de hoes. 12 etudes van Debussy stond erop de achterkant, met als toetje L’íle joyeuse. Nooit van gehoord.

Etude nummer drie begon, “pour les quarts”, een oefening in het spelen van gebonden kwarten, Debussy’s favoriete interval. In het kaars verlichte donker lag ik op mijn rug op de vermolmde houten vloer in een groot, leeg huis met een vochtige kelder waar ratten rondkropen. De gaskachel sputterde tegen. Ik voelde me leeg, verward, onzeker. Maar uit de boxen weefde een ragfijn web van sonoriteiten zich een weg bij mij naar binnen. Versluierde melodische lijnen voerden me mee naar onvermoede plekken. Innerlijke ruimtes waarin mijn angstige eenzaamheid oploste en schoonheid en verbeelding het overnamen. Ik dwaalde door in facetten geslepen diamantbossen. Zwom als een vis van goud door een zee van glas. Ik geloof niet in een ziel, maar als ik er één had, werd hij door de etude aangeraakt, bewogen, opgetild.

In de laatste noot, een wegstervende, lage C, vond ik mezelf terug.

Fast forward naar 2018. Een confessie: ik ben een boomknuffelaar geworden. Bij mij thuis om de hoek, op het Frederik Hendriksplein, staat een plataan. Knoestig, dik, oud en hoog. De brede stam mondt uit in duizendvingerige takken. “Groot als een monument voor het geduld”, in de woorden van de Mexicaanse dichter Octavio Paz.

Als ik me mijn mojo weer eens kwijt ben, me leeg en onrustig voel, pak ik mijn sleutels. Ik loop naar buiten, steek de straat over en zoek mijn boom op. Ik omhels de plataan stevig, druk mijn wang tegen zijn schors en doe mijn ogen dicht. Ik luister naar de sappen die van kruin tot wortel door hem heen stromen, zoals er bloed loopt door mijn aderen. Ik realiseer me dat hij bestaat uit atomen en moleculen, net als ik. Dat al het leven familie is van elkaar en dat de boom en ik, op basis van ons DNA, ergens ver terug een gemeenschappelijke voorouder delen.

Misschien zijn bomen – of hun takken in een open vuur- wel de oudste plek waar onze voorouders elkaar ooit verhalen begonnen te vertellen. Bomen zelf zijn soms ook onderwerp van lokale mythes. Op Curaçao bijvoorbeeld zag ik deze boom, die zijn bijzondere vorm ontleent aan de passaatwind die altijd vanuit dezelfde richting waait.

Dividivi_on_aruba

Toen ik wakker werd, zag ik dat je rechtervoet onder de lakens vandaan was gegleden. Hij tekende een schaduw af op de muur achter je bed. Je waaitenen, dicht tegen elkaar aan gegroeid, samengepakt tot een bundel, bogen alle vijf de­zelfde kant op, naar buiten toe, als de takken van een di­vidiviboom, kromgetrokken door de passaat.” (uit: Kus)

Voor een welwillend oog heeft de dividiviboom de vorm van een naar achteren gebogen vrouw, armen gestrekt, haar torso verwrongen, haar lange, groene haar wapperend in de wind. Op het eiland gaat de legende dat een vrouw wachtte op de terugkeer van haar man, een visser op zee. Hij keerde niet terug, maar de vrouw gaf de hoop niet op. Ze wachtte net zo lang op een heuvel bij zee tot ze veranderde in een boom, herinnering aan en symbool van haar eeuwige liefde.

Misschien hoor je dit nummer van de Mexicaanse band Maná en denk je: bah. Een paar simpele gitaarakkoorden, slappe bas en drum eronder, blèrende softrock stem. Gelikt commercieel niemendalletje. De Spaanstalige versie van BLØF, zoiets.

Maar ho, wacht eens even. BLØF is Zeeuws gebakken lucht overgoten met een glibberig laagje LOI-poëzie waar de honden geen brood van lusten. En El Muelle De San Blas is andere koek. Een vrouw wacht in een haven op haar geliefde, die nimmer terugkeert van zee. Hieronder de tekst van het tweede couplet en het refrein.

Llevaba el mismo vestido y por si él volviera
No se fuera a equivocar los cangrejos le mordían
Su ropaje su tristeza y su ilusión

Y el tiempo escurrió y sus ojos se le llenaron
De amaneceres
Y del mar se enamoró
Y su cuerpo se enraizó
En el muelle

Sola, sola en el olvido
Sola, sola con su espíritu
Sola, con su amor el mar
Sola, en el muelle de San Blás

(Vertaalt:)

Ze droeg dezelfde jurk,
Voor het geval dat wanneer hij terugkwam,
Hij haar niet zou aanzien voor iemand anders
De krabben vraten aan haar jurk,
Aan haar verdriet en aan haar illusie
En de tijd ging voorbij,
En haar ogen waren vol van morgenstonden,
En de zee bekoorde haar,
En haar lichaam schoot wortel in de haven

Alleen, alleen in haar vergetelheid
Alleen, alleen met haar geest
Alleen, alleen met haar geliefde, de zee
Alleen, alleen in de haven van San Blas

Kijk, dat is nog eens een fraaie songtekst. De vrouw blijft wachten tot het bittere einde. Langzaam maar zeker wordt ze gek in haar hoofd. Wordt één met de zon en de zee en de geest van haar geliefde. Dat de muzikale begeleiding zo weinig varieert, een herhaling van zetten is, heeft een reden. De vorm, dat wil zeggen, de muziek, valt samen met de inhoud van de tekst. Na “duizend manen”, als in een metamorfose van Ovidius, transformeert de waanzinnige vrouw in een mythisch monument van hoop, geduld en liefde. Misschien wel in een dividiviboom.

2018-04-18 17.59.44

Nu in de winkel: mijn debuutroman Kus. Dit is een serie blogposts over inspiratiebronnen. De muziek en poëzie, films en boeken that fuelled my imagination. Dit is de Umwelt van Kus.

Volgende keer fotografie: Susan Sontag en Cartier-Bresson.

http://www.vanoorschot.nl

http://www.julienignacio.com

 

Een gedachte over “KUS (7)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s